[
to the home page of the ROyal Conservatory The Hague]
De Nieuwe Opera Academie
Korte karakteristiek
De Nieuwe Opera Academie is een tweejarige tweede fase opleiding voor opera,
een samenwerkingsverband tussen het Conservatorium van Amsterdam en het
Koninklijk Conservatorium. Opera is een dramatische synthese tussen libretto
en muziek. DNOA streeft naar de interpretatie van opera waarbij de muzikale
en scènische componenten gelijkwaardig zijn, zodat we kunnen spreken
van muziektheater. De hedendaagse operapraktijk stelt hoge eisen aan uitvoerenden.
Het uitgebreide repertoire, dat reikt van 1600 tot 2000, kent voor vocalisten
een scala aan rollen die in gelijke mate vocale en theatrale kwaliteiten
vragen. Dit vereist zangers met een combinatie van muzikaliteit, enthousiasme,
inzicht, discipline, intelligentie en nieuwsgierigheid. Doel is de studenten
te helpen deze eigenschappen gericht in te zetten voor de hedendaagse operapraktijk.
Daarnaast wordt de student in de opleiding begeleid bij, en gestimuleerd
tot het maximaliseren van zijn muzikale, fysieke, dramatische, emotionele
en intellectuele mogelijkheden.
Voor verdere informatie:
-
Saskia Roos
ma/di - tel: +31703151404
wo/do - tel: +31205277504
Werkveld
De Nieuwe Opera Academie beoogt de studenten voor te bereiden op de hele
bandbreedte van het muziekdrama. Hierbij volgt de opleiding de ontwikkeling
in de praktijk op de voet.
Eindtermen
De eindtermen van de opleiding zijn als volgt gedefinieerd: de afgestudeerde
kan, op basis van algemene, algemeen-muzikale en voor de opera specifieke
kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes op ambachtelijk en artistiek
verantwoorde wijze functioneren als professioneel operazanger. De afgestudeerde
heeft voldoende kritische zelfreflectie ontwikkeld om zijn kennis, inzicht,
vaardigheden en attitudes te evalueren en waar nodig aan te vullen en/of
bij te sturen.
Toelatingseisen
Om het hoofdvak te kunnen volgen moet voldaan worden aan de toelatingseisen.
Jaarlijks vindt er een strenge selectie plaats waarbij kandidaten beoordeeld
worden op hun vocale capaciteiten en mogelijkheden en hun acteervermogen.
Het toelatingsexamen van De Nieuwe Opera Academie staat open
voor studenten met een getuigschrift eerste fase zang met minimaal een
acht, tenzij de toelatingscommissie anders beslist. De kandidaten moeten
zich voorbereiden op een auditie van 10 à 15 minuten. Het auditieprogramma
van de kandidaat moet bestaan uit:
-
drie contrasterende opera-aria's, waarvan één met recitatief,
in verschillende talen (waarvan één in het Italiaans) en
uit verschillende stijlperioden;
-
een gedicht of monoloog (naar keuze).
In de regel wordt de vocalist(e) gevraagd de eerst te zingen aria zelf
te kiezen. Indien de toelatingscommissie dat wenst, kan om een tweede aria
van de lijst gevraagd worden. Ter plekke kan aan een kandidaat een improvisatie
c.q. spelopdracht gegeven worden, al of niet in combinatie met de gegeven
fragmenten of naar aanleiding van een tekst die kort tevoren wordt uitgereikt.
Indien een kandidaat niet beschikt over een eigen pianobegeleider, kan
er een beroep gedaan worden op een repetitor verbonden aan De Nieuwe
Opera Academie.
De auditiecommissie bestaat uit:
-
de artistiek leider (Alexander Oliver),
-
het hoofd muzikale instudering (Jan Slothouwer),
-
het hoofd drama (Javier López Piñón)
-
van beide conservatoria een zangdocent.
Verder zijn aanwezig de (artistiek) directeuren van de beide conservatoria.
De uitslag van het toelatingsexamen wordt schriftelijk bekend gemaakt,
binnen een week nadat de laatste auditie avond heeft plaatsgevonden. Binnen
twee weken na ontvangst van de toelatingsbrief dient de auditant aan te
geven of hij van de geboden studieplaats plaats gebruik wil maken.
Na de audities presenteren de aangenomen studenten zich voor de zangdocenten.
Tussentijdse evaluaties, het eindexamen Aan het eind van elk studiejaar
vind een examen plaats. Na het eerste jaar is dit een overgangsexamen,
na het tweede jaar is dit een eindexamen. De ontwikkeling en de resultaten
van de student per vak worden door de vakdocenten en de staf halfjaarlijks
besproken. Activiteiten als deelname aan een productie en/of andere presentaties
worden ook beoordeeld. Een voldoende beoordeling geeft de student toelating
tot het overgangs- of eindexamen. Beoordeeld worden technische en dramatische
ontwikkeling en mogelijkheden binnen de samenhang van stem en acteervermogen.
De examens zijn de toetsingsmomenten van de activiteiten van de student
tijdens de gehele cursus. De examens zijn openbaar. De examencommissie
besluit naar aanleiding van deze presentatie of de student over kan gaan
naar het volgende studiejaar dan wel geslaagd is voor zijn eindexamen.
Voor het examen wordt een examencijfer gegeven. De beoordelingscriteria
zijn de volgende: natuurlijke en overtuigende combinatie van zingen en
acteren, waarbinnen worden onderscheiden de elementen ambachtelijkheid,
muzikaliteit, artisticiteit, presentatie en uitstraling, dramatische expressie.
De eindexameneisen zijn de volgende: de student heeft alle vakken met
goed gevolg afgesloten en kent tenminste zes complete rollen voor zijn
of haar stemtype. Daarnaast heeft de student een auditie repertoire opgebouwd
van de voor zijn of haar stemtype meest geëigende aria's en recitatieven.
De student heeft aan twee tot vier geënsceneerde producties deelgenomen.
De eindexamencommissie heeft dezelfde samenstelling als de toelatingscommissie,
aangevuld met de artistiek directeuren van beide conservatoria en een externe
deskundige(n).
Praktische gang van zaken
Het jaarprogramma wordt ingedeeld in vijf periodes, bestaande uit vier
lesblokken en een afrondingsperiode met (eind)examenpresentaties. De eerste
vier blokken zijn twee theorieblokken (blok 1 en 3) en twee praktijkblokken
(blok 2 en 4). De praktijkblokken staan in het teken van de operaproducties:
in het tweede blok wordt de volledig geënscèneerde productie
gemaakt, in het vierde blok de kleinschalige productie. Bij de keuze voor
de producties staat in het kader van een zo breed mogelijke training voorop
dat studenten werken aan verschillende stijlperiodes en talen.
De volgende onderwijsvormen worden gehanteerd:
-
groepslessen: ensemblezang, houding/beweging, fysieke theatertraining,
toneelspel, mime, taallessen, auditietraining (door de artistiek directeur
en een aantal castingdirecteuren en agenten), workshops (veelal gegeven
door gastdocenten uit de praktijk) Deze vakken trainen specifieke vaardigheden
voor opera uitvoeringen en de voorbereiding hiervan. Daarnaast geven ze
oefening in samenwerking en interactie met vakgenoten.
-
individuele lessen: zang, repertoirestudie, coaching De individuele lessen
voorzien in begeleiding bij de ontwikkeling van de stem en zangtechniek
en de daaraan gekoppelde interpretatieve inzichten., in het voor de stem
geschikte repertoire. Uitbreiding van de repertoire kennis en -beheersing
worden gebruikt om te werken aan het in de praktijk vigerende repertoire.
In de twee jaar bij DNOA leert de student minimaal zes complete rollen.
-
projecten: volledig geënsceneerde producties (elk jaar worden een
grote productie en een kleine productie uitgevoerd) en workshop-presentaties.
Dit element betreft de synthese van de lesblokken met als doel de studenten
te confronteren met het Gesamtkunstwerk dat opera per definitie is. De
student leert zijn eigen artistieke inbreng te ontwikkelen binnen de kaders
die door regisseur en dirigent aangegeven worden. De twee complete operaproducties
die elk jaar worden uitgevoerd geven ervaring en oefening in het leren
van een complete rol, waarbij de artistieke kwaliteiten worden getoetst
aan een publiek.
Het programma wordt aangevuld met masterclasses, lezingen, voorstellingsbezoek,
e.d. Regelmatig ontvangt DNOA gastdocenten die in Amsterdam zijn voor operaproducties
(met De Nederlandse Opera). Dit levert waardevolle confrontaties met de
actuele beroepspraktijk. De lesactiviteiten vinden zowel plaats in Den
Haag als in Amsterdam. Indicatie van gastdocenten van de afgelopen jaren:
-
Jessica Cash
-
Dale Dusing
-
Anthony Legge
-
Patricia MacMahon
-
Paul McCreesh
-
Ton Lutz
-
Herman Verbeeck.
De Nieuwe Opera Academie is een praktijkgerichte voltijdstudie.
In de regel vinden de onderwijs-activiteiten plaats van maandag t/m vrijdag
tussen 10.00 - 18.00 uur (inclusief individuele zangles). Van het standaard
weekrooster zal in principe worden afgeweken bij producties, workshops
en masterclasses. Studenten verplichten zich bij toelating conform het
bestaande studentenreglement/statuut bij het Koninklijk Conservatorium
en het Conservatorium van Amsterdam gedurende het hele cursusjaar alle
lessen van de tot de opleiding behorende vakken te volgen inclusief de
deelname aan de producties, dit laatste in overleg met de artistieke leiding
en de eigen zangpedagoog.
Gezien het multidisciplinaire karakter van opera ligt samenwerking met
ander faculteiten van de hogescholen waarvan de conservatoria deel uitmaken
voor de hand. Dit geeft ook een extra dimensie voor de operastudent. DNOA
werkt samen met de compositieafdeling, de opleiding Beeldende Kunsten,
de dansvakopleiding en de afdelingen waarin nieuwe technologie een rol
speelt.
Vakkenbeschrijvingen
voor overige beschrijvingen zie Bijvakken
Muziek Klassiek
Coaching opera
Inhoud en organisatie van het vak:
Primaire doel van het vak is dat de student feedback krijgt over zijn
vocale prestaties. Een belangrijk basisgegeven is dat de vocalist zichzelf
anders hoort dan de mensen in de directe omgeving.
De feedback betreft twee aspecten:
-
technische aspecten (klankkwaliteit, uitspraak, adem, intonatie)
-
interpretatie (inlevingsvermogen, timing, stijlbesef, gangbare uitvoeringspraktijken)
Deze zaken worden tijdens de repetities bewust gemaakt bij de student en
zo mogelijk - in overleg met de student - op locatie (toneel, concertzaal)
gecontroleerd.
De Nieuwe Opera Academie heeft drie verschillende coaches. Deze
coaches hebben allen een eigen benadering van het vak. De studenten krijgen
van alle drie docenten coaching, en derhalve met verschillende benaderingen
te maken. Eén benadering gaat ervan uit dat coaching met het instuderen
van alle noten weinig te maken heeft. In de praktijk wordt dit gedaan door
repetitoren. Een zangcoach hoeft niet per definitie zelf zanger te zijn.
Meest waardevolle element van de coach is het horen c.q. waarnemen van
de kwaliteiten van de zangstem. Een andere benadering van coaching is het
toewerken naar uitvoeringen. Er wordt gewerkt aan de hand van losse aria's
en scènes maar ook aan volledige producties. Studenten worden bewust
gemaakt van de psychologische motivatie van de personages die ze vertolken.
Drama
Inhoud en organisatie van het vak:
Het drama aanbod binnen DNOA onderscheidt spelmethode en spelstijl.
De spelmethode bestaat erin dat de student door middel van een aantal gefaseerde
opdrachten zijn eigen toneelvaardigheden ontwikkelt. De spelstijl is altijd
gekoppeld aan een specifieke vorm die de regisseur eist van een zanger
in een bepaalde productie. In deze producties worden de methodes dus concreet
toegepast. Spelmethode Eén enkele spelmethode voor een operazanger
bestaat niet: bij de training van de operazanger in de praktijk is sprake
van een hybride mengsel van verschillende spelmethoden die ontleend zijn
aan de verschillende methodes voor de toneelspeler. Het is van belang dat
de zanger verschillende methodes leert herkennen en hanteren, aangezien
ze in de praktijk naast en vaak zelfs door elkaar heen gebruikt worden.
Voor het drama-curriculum onderscheiden wij drie soorten methoden: 1. inlevende
spelmethoden: hierbij gaat het erom dat de speler vorm geeft aan de imaginaire
gedachten- en gevoelswereld van het specifieke individu dat hij gestalte
moet geven. De uiteindelijke suggestie is dat de acteur samenvalt met de
rol. 2. epische spelmethoden: hierbij gaat het in principe om hetzelfde,
met het onderscheid dat de acteur zelf zijn eigen opvatting in de gespeelde
rol integreert. De acteur vertolkt de rol niet, maar demonstreert de rol
en blijft als acteur door de rol heen zichtbaar. 3. performance: bij deze
methoden staat de persoonlijkheid van de acteur zelf centraal. Hij treedt
in directe relatie met het publiek en gebruikt het gegeven moment binnen
het optreden, en manipuleert het hier en nu. Elk van deze methoden kent
zijn eigen opbouw middels een serie spelopdrachten waarbij de aan de methode
specifieke eisen worden getraind. Deze spelmethoden worden apart aangeboden
gedurende de cursusperiode. Spelstijl In de hedendaagse praktijk hanteren
de meeste regisseurs mengvormen die aan al deze basis- methoden ontleend
zijn. In de geënsceneerde projecten wordt voor de ontwikkeling van
de voor die productie specifieke spelstijl voortdurend beroep gedaan op
de methoden die in de dramalessen ontwikkeld worden. Workshops Buiten het
reguliere aanbod kunnen in voorkomende gevallen ook workshops aangeboden
worden, gerelateerd aan specifiek repertoire. Te denken valt hierbij aan
workshop retorica, commedia dell' arte, Decroux e.d. Zowel voor de reguliere
dramalessen als voor specifieke workshops wordt de voorkeur gegeven aan
het werken met gastdocenten, die zelf in de volle praktijk werkzaam zijn.
Dit om in voortdurend contact te blijven met de zich steeds ontwikkelende
dynamische praktijk
Historische ontwikkeling
van de opera
Inhoud en organisatie van het vak:
In blokken wordt de historische ontwikkeling van het medium opera behandeld
vanaf de vroegste tijd (rond 1600, maar met enige aandacht voor de voorgeschiedenis
in de vorm van liturgisch drama en renaissancistisch hofvermaak) tot en
met de dag van vandaag (inclusief het hedendaagse muziektheater). In deze
lessen worden de dramatische en vormgevingsaspecten van de opera behandeld,
waar de muzikale aspecten bekend mogen worden verondersteld. Ook de bredere
socio-historische context waarbinnen opera geproduceerd werd en wordt komt
uitgebreid aan bod. In capita selecta wordt, gekoppeld aan de op dat moment
in voorbereiding verkerende producties/projecten, apart aandacht besteed
aan de componist, librettist en tijd van ontstaan van het onderhavige werk.
Repertoirebehandeling
Inhoud en organisatie van het vak:
Naast de coaching wordt ook op andere manieren aandacht besteed aan
het repertoire. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van zijn/haar kennis
van en inzicht in het operarepertoire dat bij zijn/haar stemtype past,
waarbij aandacht wordt gegeven aan het zingen en de interpretatie van operarepertoire
van Barok tot hedendaagse muziek. Daarnaast wordt bij deze lessen aandacht
besteed aan de dramaturgische, historische en artistieke aspecten van het
hedendaagse operavak. Er wordt geoefend in het werken met de verschillende
muzikale linguïstische en stilistische vereisten van een wijd repertoirespectrum,
zowel individueel als in ensemble-verband.
Ensemblezang
Inhoud en organisatie van het vak:
In elke periode worden ensembleklassen gegeven. In deze klassen wordt
de vaardigheid ontwikkeld tijdens het samen zingen van een gecompliceerde
muzikale structuur naar elkaar te luisteren en op elkaar te reageren. Dit
is een belangrijk deel van het vocabulaire van de professionele zanger.
Het repertoire voor deze klassen wordt gekozen uit opera's van alle perioden
en voor verschillende combinaties van stemmen (duet, trio's, kwartetten,
etc.).
Carrièremanagement
en auditietechnieken
Inhoud en organisatie van het vak:
Basis van de lessen carrièremanagement is de ontwikkeling van
een besef van wat wordt vereist in het hedendaagse operavak. Hoofdlessen
zijn kennismaking met auditietechnieken en -gebruiken (repertoirekeuze,
etiquette, kleding, etc.). Daaraan toegevoegd worden lezingen gegeven door
agenten, theaterdirecteuren en bekende zangers.
Italiaans en andere taallessen
Inhoud en organisatie van het vak:
Italiaans wordt gegeven gedurende de hele cursus. De lessen betreffen
de interpretatieve en de technische kanten van het zingen van aria's en
het behandelen van recitatieven in het Italiaans. Dit is van vitaal belang
voor elke zanger die een professionele operacarrière wil. Andere
taallessen (bijvoorbeeld Frans, Duits en Russisch) worden gegeven in relatie
tot de projecten die uitgevoerd worden.
|