|

Bespreking, gevonden op www.perexpressie.nl:
 |
Zwarte pakken, lange jurken en een diva
Het Nijmeegs Studentenorkest (Collegium Musicum Carolinum) en het
Nijmeegs Studentenkoor (Alphons Diepenbrock) spelen, onder leiding van
dirigent Quentin Clare, stukken van Frederick Delius, Francis Poulenc,
Benjamin Britten en Peter Tchaikovsky. |
De lichten dimmen en het orkest komt binnen. En wat voor één!
Ik tel zo'n vijfentwintig violisten, vijf cellisten, een percussie sessie,
een harp en nog zo'n tien blazers (dit laatste gok ik, want de violisten
benemen al het zicht). Het mooiste meisje van het orkest (slank en sierlijk
lichaam, lang zwart haar) neemt plaats op de stoel van de eerste violist.
De eerste violist is als het ware de spreekbuis van een orkest: hij of
zij zegt wanneer de muzikanten mogen zitten, staan of hun instrumenten
stemmen, krijgt een hand van de dirigent en neemt de bloemen in ontvangst.
Applaus: de dirigent komt binnen. Dan klinken de eerste noten en al
snel wordt ik overspoeld door de meest warme en natuurlijk klassieke muziek
die ik ooit gehoord heb. Zie deze muziek als een soort hele rustige kustlijn:
het water (de muziek) zwelt langzaam op, trekt zich terug en laat daarbij
een flinterdun laagje achter. Zo ook deze, door de natuur geïnspireerde,
muziek van Delius (The walk to the Paradise Garden, intermezzo uit 'A village
Romeo and Juliet'). En de uitvoering is ook prachtig: het is heel bijzonder
om te horen hoe zo'n immens orkest zulke ingetogen muziek kan voortbrengen.
Met 'Gloria' van Poulenc krijgen we heel wat anders voorgeschoteld.
Een sopraan (Karin van Arkel) bestijgt het toneel in een prachtige, lichtgele
gothic jurk. De eerste (zeer hoge) noot die zij inzet is meteen zuiver
en getuigt van haar professionaliteit: zo'n indringende zangstem waar je
voortdurend kippenvel van krijgt. Achter het orkest heeft een veertig koppen
tellend koor plaatsgenomen, die het stuk een enorme kracht meegeeft. De
muziek zelf is bombastisch en dramatisch, waardoor het mijn smaak niet
bepaald benadert. Bovendien hoor ik de blazers een of twee foutjes maken.
De heftige, duidelijk religieus geïnspireerde muziek is mij té
agressief en ik ben dan ook blij als de lichten aangaan waarmee de pauze
wordt aangekondigd.
De muziek die volgt na de pauze is gecomponeerd door Benjamin Britten
(Serenade for Tenor, Horn and Strings Op. 31). Het koor zingt mee en de
tenor (David Watkin-Holmes) wordt begeleid door een solo-hoornist (Pieter
Hunfeld). De muziek is wederom erg opera-achtig, met dezelfde theatrale
teksten. Het klinkt allemaal erg professioneel, maar toch hoor ik een paar
keer een valse noot en over het afgeknepen stemgeluid van de tenor ben
ik ook niet erg te spreken.
Kennen jullie die commercial voor een breedbeeld TV, waarin een stelletje
met hun hond een romantische film zitten te kijken, waarbij alledrie de
tranen over de wangen lopen? De soundtrack is afkomstig van de 'Romeo and
Julia, Ouverture-Fantasie' van Tchaikovsky. Tchaikovsky staat bekend om
zijn melodramatische, soms behoorlijk heftige werken en dit stuk vormt
er geen uitzondering op. In het muziek wordt veel aandacht besteed aan
de afzonderlijke instrumten. Eerst staan de blazers centraal, dan de violisten
enzovoort. De verschillende stijlen die zo ontstaan geven allemaal een
ander sfeer weer: lage, sombere klanken van de klarinetten en fagotten
kondigen het noodlot aan. De fluiten met de harp geven Romeo's weemoedige
liefde weer. Door het spelen met sferen en herhalen van het thema vormt
dit stuk een mooi compleet muzikaal verhaal.
Al met al een prima concert, maar je moet wel van de verschillende stijlen
houden. Toch ben ik blij dat ik niet naar Jantje Smit ben gegaan!
|